Certificering
Rattenstreken.nl is gecertificeerd door Kennis- en adviescentrum dierenplagen
IPM Rattenbeheersing
IPM rattenbeheersing is een systematische aanpak om ratten te voorkomen én te bestrijden met zo min mogelijk gif en overlast voor mens, dier en milieu.
Kern van IPM
Bij IPM ligt de nadruk op preventie: wering, hygiëne, opslag en omgevingsbeheer, zodat ratten zich zo min mogelijk kunnen vestigen.
Pas als preventieve maatregelen en monitoring onvoldoende zijn, volgt bestrijding, eerst met niet‑chemische middelen zoals klemmen en vangkooien.
Volgorde van maatregelen
De gebruikelijke IPM‑volgorde is: risico‑inventarisatie, plan van aanpak, monitoring, habitatmanagement (opruimen, dichten, opruimen voedselbronnen), daarna mechanische bestrijding en pas als laatste chemische middelen.
Chemische rodenticiden mogen alleen tijdelijk, onder voorwaarden en meestal alleen door gecertificeerde bedrijven worden ingezet.
Wettelijk kader en praktijk
Voor ratten- en muizenbeheersing is IPM in Nederland verplicht zodra in de professionele omgeving (o.a. voedselbedrijven) bepaalde bestrijdingsmiddelen worden gebruikt.
Een professionele bestrijder legt dit vast in een PRI (plaagdier‑risico‑inventarisatie), plan van aanpak en logboek met maatregelen, monitoring en eventuele inzet van middelen.
Rattenbestrijding met warmtebeeldcamera en persdrukgeweer op basis van IPM
Dit is een geïntegreerde aanpak waarbij ratten gericht worden opgespoord en afgeschoten, met nadruk op preventie, veiligheid en minimale nevenschade.
IPM‑basis: eerst preventie
IPM (Integrated Pest Management) schrijft voor dat eerst risico’s worden geïnventariseerd (voedselbronnen, schuilplaatsen, toegangsroutes) en preventieve maatregelen worden genomen, zoals wering, hygiëne en omgevingsbeheer.
Bestrijding met geweren of andere dodelijke middelen komt pas aan bod als deze preventieve stappen en mechanische middelen (klemmen, vangkooien) onvoldoende resultaat geven.
Rol van warmtebeeldcamera
Met een warmtebeeldcamera worden ratten ook in het donker en in dicht begroeide of moeilijk toegankelijke situaties zichtbaar, zodat gericht en selectief kan worden geschoten.
Dit sluit aan bij IPM omdat onnodige inzet van middelen wordt beperkt, niet‑doelsoorten beter kunnen worden ontzien en de populatie gerichter wordt aangepakt.
Persluchtgeweer als bestrijdingsmiddel
Een perslucht- of drukgeweer wordt gebruikt om individuele ratten snel en doelgericht te doden, bijvoorbeeld op agrarische bedrijven of buitenterreinen, mits dit gebeurt binnen de geldende dierenwelzijns‑ en veiligheidsregels.
Binnen IPM wordt zo’n geweer gezien als een niet‑chemisch bestrijdingsmiddel, dat tijdelijk en doelgericht wordt ingezet als onderdeel van een breder plan, niet als enige of permanente oplossing.
Praktische uitwerking in IPM‑plan
In een IPM‑plan worden o.a. vastgelegd: de risico‑inventarisatie, gekozen preventieve maatregelen, de monitoring (bijvoorbeeld met camera’s) en de voorwaarden waaronder warmtebeeld en persluchtgeweer worden ingezet.
Ook worden veiligheid, schietrichtingen, minimale afstanden tot bebouwing en derden, en de rapportage van geschoten dieren vastgelegd, zodat aanpak en verantwoording aantoonbaar voldoen aan wet‑ en regelgeving.
